Kerkelijk leven

De parochie Goirle is zeer oud. Bij de stichting worden kerk en parochie onder de bescherming gesteld van een heilige en dat was in Goirle St. Jan de Doper. Historici hebben zogenaamde heiligenlijsten samengesteld, verzamelingen van namen die in een bepaalde tijd en streek in trek waren voor de naamgeving van een kerk; volgens hun bevindingen was Johannes de Doper zeer populair in de Karolingische tijd. Toen in 1896 de oude, uit circa 1450 daterende, kerk werd afgebroken, werden fundamenten gevonden van een ouder kerkje, dat rechthoekig gemeten 6 meter breed was en 9,75 meter lang.

Kerk 1450
Tekening uit het schetsboek Hendrik Verhees van de voormalige R.K. kerk van St. Jan Onthoofding. Deze kerk dateerde uit de periode rond 1450, maar bij de afbraak van deze kerk op het einde van de 19e eeuw werden fundamenten gevonden van een oudere kerk. Volgens architect Cuypers dateerde dit gebouw uit het begin van de 12e eeuw en was er sprake van een “quartae capelle”, een bidplaats van mindere rang. In het cijnsregister van Brussel is in 1340 sprake van “d’ erffenisse van de priester in Goirle”. Het kapittel van Hilvarenbeek bezat het recht om in Goirle pastoors voor te dragen, het zogenaamde collatierecht. In de 17e eeuw werd de kerk aan de katholieke eredienst onttrokken: vanaf 1639 gingen de Goirlenaren naar een schuurkerk op Spaans-Brabants gebied (Poppels-Nieuwkerk). Op 1 augustus 1674 stortte na een zware storm een deel van de kerktoren in, die bij de restauratie haar zware, stugge vorm kreeg. In 1809 kwam deze kerk weer in handen van de katholieke geloofsgemeenschap. De bouwkundige staat was toen niet best meer, maar na de het verwijderen van de typische dwarsbalken in het schip in 1843 op aanraden van een Goirlese timmerman, raakte de kerk nog meer in verval. In 1849 en 1869 werd de kerk getroffen door blikseminslagen. In 1896 werd de kerk gesloopt, alleen de toren bleef staan. De oude kerk stond parallel aan de huidige Kerkstraat. De nieuwe kerk kwam haaks op de Kerkstraat te staan.

Het priesterkoor had een diepte van 3,25 meter. Volgens architect Cuijpers, de ontwerper en bouwer van de nieuwe kerk, dateerden deze fundamenten uit ongeveer 1100 en was er sprake van een zogenaamde quartae capellae, een bidplaats van mindere rang. In de archiefbronnen vinden we bewijzen voor het bestaan van de parochie Goirle in de 14e eeuw, b.v. in het cijnsregister te Brussel, waar in 1340 sprake is van ‘de erffenisse van de priester in Goirle’.

In de tijd dat Goirle dus deel uitmaakte van Groot-Tilburg, was het reeds een zelfstandige parochie met een eigen ‘kerkfabriek’ die bestond uit de pastoor en twee kerkmeesters. Het kapittel van Hilvarenbeek bezat het recht om Goirlese pastoors voor te dragen, het zogenaamde collatierecht.

Na de val van Den Bosch in 1629 viel ook de Meierij in Staatse handen. Op 2 december 1636 verscheen een resolutie van de Raad van State, die inhield dat de katholieke godsdienst niet meer mocht worden uitgeoefend. De bedreigde katholieke geestelijkheid vluchtte de grens over en ook de Goirlese pastoor, Antonij Schoeffers, verdween. Vanaf 1639 vervulden de Goirlenaren hun godsdienstplichten in een grenskerk, de Goirlese Kluis, die onder Poppel aan de Steenvoirt werd opgericht. Dit gebied werd later St. Jans-Gool genoemd. De katholieke kerk in Goirle kwam in handen van de weinige protestanten die het dorp telde. Zij hadden slechts een kleine afgeschoten ruimte nodig voor hun kerkdiensten, die geleid werden door predikanten uit Tilburg, Moergestel en Hilvarenbeek. In deze periode raakte de oude katholieke kerk te Goirle sterk in verval. De protestanten bezaten geen middelen om het gebouw goed te onderhouden en de katholieken hadden er plezier in hun oude kerk zoveel mogelijk schade toe te brengen. Door een zware storm op 1 augustus 1674 stortte bovendien een gedeelte van de toren in. Bij de restauratie kreeg hij waarschijnlijk de zware stugge vorm, waardoor hij later de Goirlese peperbus genoemd werd.

Na het rampjaar 1672 kwam er meer vrijheid in het uitoefenen van de katholieke eredienst en mocht binnen de dorpskom een schuurkerk worden gebouwd, wat in Goirle rond 1683 gebeurd is. Deze schuurkerk stond bij de watermolen. Bij resolutie van 19 december 1758 der Staten-Generaal werd toestemming gegeven tot het bouwen van een nieuwe schuurkerk. Door schenking van grond door Jan Baptist Brouwers en ruiling van grond met Albertus Baesten, rentmeester van graaf Van Hogendorp, werd het in 1759 mogelijk de bouw te verwezelijken. De nieuwe kerk stond aan de Bergstraat, schuin tegenover de oude parochiekerk, die de Grote Kerk werd genoemd. De oude schuurkerk werd dus eigendom van Van Hogendorp, op voorwaarde dat de kerkmeesters het gebouw zouden ‘approcieëren tot een ordentelijke koorenschuur’. De oude parochiekerk kwam in 1809 weer in handen van de katholieken, waarna pastoor Sprangers en de kerkmeesters Jan Soffers en Gerard van Besouw de schuurkerk in 1810 voor 280 gulden verkochten aan burgemeester Vosken en diens zwager Adriaan Priems die het gebouw sloopten en de afbraak verkochten.

Priesterkoor in de voormalige kerk St. Jan Onthoofding. Voor het altaar in barokstijl de koster Jan Baptist van de Pol (1833-1877) die ook kaarsenmaker was. Het sluitstuk van het altaar was een schilderij van de Antwerpse school met de voorstelling van de onthoofding van St. Jan, aan de kerk geschonken in de 18e eeuw door de Goirlese smid Jan van Aelst. Dit schilderij hangt nu in een zijbeuk van de huidige kerk. Aan weerszijden van het altaar de beelden van St. Catharina en St. Barbara. In het priesterkoor hangen ook de beelden van Petrus en Paulus, geschonken door de kwezel Elisabeth Smits, eveneens in de 18e eeuw. Het priesterkoor wordt afgesloten met een fraaie communiebank.
Priesterkoor in de voormalige kerk St. Jan Onthoofding. Voor het altaar in barokstijl de koster Jan Baptist van de Pol (1833-1877) die ook kaarsenmaker was. Het sluitstuk van het altaar was een schilderij van de Antwerpse school met de voorstelling van de onthoofding van St. Jan, aan de kerk geschonken in de 18e eeuw door de Goirlese smid Jan van Aelst. Dit schilderij hangt nu in een zijbeuk van de huidige kerk. Aan weerszijden van het altaar de beelden van St. Catharina en St. Barbara. In het priesterkoor hangen ook de beelden van Petrus en Paulus, geschonken door de kwezel Elisabeth Smits, eveneens in de 18e eeuw. Het priesterkoor wordt afgesloten met een fraaie communiebank.

Het oude kerkgebouw werd dus weer in gebruik genomen, maar onder andere door het verwijderen van de typische dwarsbalken in het schip van de kerk in 1843, op aanraden van een Goirlese timmerman, begonnen de zijmuren te werken en uit te zetten en raakte de kerk nog meer in verval. Bovendien werden toren en kerk in 1849 en 1869 getroffen door blikseminslag. Onder het pastoraat van Nicolaas Crefcoeur werd de huidige St. Jan de Doper gebouwd. Van de gemeente kocht hij hiervoor in 1895 het oude kerkhof, dat sinds 1871 niet meer gebruikt werd, en een perceel waarop het oude schoolhuis stond. Door architect J. Cuijpers werden de plannen ontworpen voor het nieuwe kerkgebouw. Nadat achter de tuin van de oude pastorie, op een akker gehuurd van de weduwe Van Erven, een noodkerk gebouwd was, werd in 1896 begonnen met de sloop van de oude kerk. Het nieuwe gebouw was in december 1897 onder de kap en werd op 5 juni 1899 plechtig geconsacreerd door mgr. Van de Ven, bisschop van Den Bosch.

Foto 12


De oude kerktoren bleef staan, maar werd wel tien meter opgetrokken om hem in overeenstemming te brengen met het nieuwe bouwwerk. Tijdens de beschieting van Goirle werd de toren zo zwaar getroffen, dat drie dagen na de bevrijding de spits op het kerkgebouw stortte. Met de restauratie van de kerk werd in 1945 begonnen, maar het duurde tot 1953 voordat er een nieuwe spits op de toren werd gezet.

De pastorieën van de St. Jan

De woning van de pastoor heeft in Goirle op verschillende plaatsen gestaan. Door pastoor Antonij van Abeelen werd in 1699 het huis van Helena en Jan François van Riel gekocht in de herdgang Kerk om dienst te doen als pastorie. Door zijn erfgenamen werd dit huis in 1736 voor 450 gulden verkocht aan de nieuwe pastoor, Nicolaas Dominicus de Beek. Door koop van diens erfgenamen werd het pand in 1781 eigendom van zijn opvolger Adriaan Sprangers. Drie jaar later liet deze een nieuwe pastorie bouwen, die hij in 1803 voor 2.000 gulden verkocht aan het kerkbestuur. Dit pand, dat in 1849 aan de achterzijde werd opgetrokken en in 1850 voorzien werd van twee kleine zijvleugels, zou dienst doen tot aan het pastoraat van C. Peters (1918-1930), die aan de overkant van de Bergstraat het herenhuis kocht van fabrikant J. van Puijenbroek. De oude pastorie werd verhuurd als woning aan mr. Steenberghe, later minister van Economische Zaken. Nadat in l926 de zusters van het Kostbaar Bloed eigenares werden, deed het gebouw dienst als KJV-huis. Na de oorlog werd het politiebureau. Bij de sanering van de Bergstraat werd dit historische pand gesloopt. Het herenhuis dat door Peters betrokken werd, deed als pastorie slechts dienst tot 1932. Door zijn opvolger, M. Wassenberg, werd namelijk in 1931 een nieuw pand gebouwd aan de Kerkstraat, naast de kerk.

Devoties

Van oudsher werd in Goirle uiting gegeven van religieuze gevoelens door allerlei devoties. In de tijd van pastoor De Beek gingen de Goirlenaren op 24 juni naar de oude grenskerk St. Jans-Gool voor het houden van een Sacramentsprocessie, wat in 1779 door bisschop Wellens van Antwerpen verboden werd.

Enkele jaren later, in 1791, werd in de schuurkerk te Goirle ‘De Rozenkrans Broederschap’ opgericht, die een grote bloei kende. In de negentiende eeuw zouden een groot aantal broederschappen en verenigingen volgen, voornamelijk voor ‘de zedelijke verheffing der arbeiders’. Zo kennen we in Goirle het genootschap van de kindsheid,de broederschappen ‘tot uitroeiing der blasphemie’, van OLV van de Karmel, van de H. Franciscus Xaverius ‘tot voortplanting des geloofs’, van de ‘gedurende aanbidding’ en van St. Jan. Op 16 oktober 1855 werd de congregatie van OLV ‘voor jongelingen en jonge dochters’ opgericht en in 1870 de H. Familie. Door de oprichting van de ‘Conferentie van de H. Johannes Baptist’ een afdeling van de landelijke St. Vincentiusvereniging, kreeg de pastoor indirect een vinger in de pap in de armenzorg. Het bestuur noemde deze conferentie namelijk ‘de instelling eener kerkelijke gemeente, bestemd voor de armen en vanwege de kerkelijke gemeente geregeld en bestuurd’.

1920: Kindheidsoptocht te Goirle. De voerman is Janus Santegoets, de ridder boven op de praalwagen Kees Botermans.
1920: Kindheidsoptocht te Goirle. De voerman is Janus Santegoets, de ridder boven op de praalwagen Kees Botermans.

Naast St. Jan Baptist, patroon van kerk en gemeente, werd in Goirle ook speciaal de H. Lucia aangeroepen, patrones tegen besmettelijke ziekten.
Haar feestdag, 13 december, werd in het dorp ‘zonder verplichting gevierd als zondag’. Daarnaast bezat de kerk een relikwie van de H. Donatus, die in de kerk vereerd kon worden op zijn feestdag, 7 augustus, en iedere dinsdag van de maand augustus. Deze heilige werd aangeroepen tegen de gevaren van brand en blikseminslag. Toen later het reizen een stuk makkelijker werd, gingen de Goirlenaren ook graag op bedevaart, voornamelijk naar de Maria-oorden Kevelaer, Scherpenheuvel of Lourdes, maar ook wel met de tram naar Esbeek, waar Cornelius werd aangeroepen tegen de stuipen.

De parochie Maria Boodschap

De stichting van een tweede parochie zou toen nog tien jaar op zich laten wachten. Pas in 1938 werd L. Pessers, kapelaan in Uden, door mgr. Diepen belast met de stichting van Goirle’s tweede parochie. Op 15 augustus 1939 werd de eerste steen gelegd voor de kerk Maria Boodschap aan de noordrand van het dorp, in een gebied, dat toen nog bijna geen bebouwing kende. Naar een ontwerp van architect C. Bever werden kerk en pastorie gebouwd door aannemer A. Naber uit Tilburg.

De parochiekerk Maria Boodschap op de hoek Van Malsenstraat en Tilburgseweg. De kerk werd ingezegend op 15 augustus 1939. De kerk is tegenwoordig uit de eredienst onttrokken.
De parochiekerk Maria Boodschap op de hoek Van Malsenstraat en Tilburgseweg. De kerk werd ingezegend op 15 augustus 1939. De kerk is tegenwoordig uit de eredienst onttrokken.

 

Op 15 augustus 1940 vond de inzegening plaats en begon het conflict tussen de pastoors Pessers en Van Riel over de ligging van de parochiegrenzen.
In de vijftiger en zestiger jaren werd deze kerk zeer bekend, omdat het gregoriaans zingende kerkkoor vaak optrad in KRO-radiouitzendingen. Het later, tegenover de kerk aan de Van Malsenstraat gebouwde patronaat werd, samen met de Annakleuterschool, in 1989 gesloopt om plaats te maken voor de bouw van elf woningen. Pastoor Pessers werd in oktober 1977 opgevolgd door G. Janssen.

De Heilige Geestparochie

In 1959 begonnen de voorbesprekingen om te komen tot de stichting van een derde parochie. Aanvankelijk waren de Norbertijnen van Heeswijk bereid om in Goirle een kerk te bouwen, die zou kunnen uitgroeien tot een priorij. Deze plannen gingen niet door, maar wel werd op 29 november 1964 de derde parochie gesticht en werden de officiële parochiegrenzen bekend gemaakt, ofschoon niet zonder problemen. De Hoogstraat en de Fabriekstraat zouden oorspronkelijk deel gaan uitmaken van de derde parochie, maar bleven uiteindelijk toch bij de parochie St. Jan. Aanvankelijk waren er drie bouwplannen; een houten noodkerk, een permanente kerk of een permanente noodkerk in de vorm van een sporthal. Bouwpastoor J.P.J. Lijten werd geen keus gelaten. Door het bisschoppelijk bouwbureau werd gekozen voor het derde plan. Lijten verzocht daarna de bisschop om ontslagen te worden als bouwpastoor. In 1965 werd hij pastoor van Biest-Houtakker. In dat jaar werd van de familie Van Erven de zogenaamde ‘guldenakker’ gekocht voor de bouw van de kerk.

Heilige Geest
De parochiekerk van de Heilige Geest, ingezegend op 28 mei 1966 Op die dag werd G. Hexspoor geïnstalleerd als pastoor. Inmiddels is het gebouw gesloopt.

Op 28 mei 1966 werd het gebouw plechtig ingezegend en G. Hexspoor geïnstalleerd als eerste pastoor. Vanaf het begin vertoonde de parochie een sterk stedelijk karakter. In 1961 bezocht in de andere Goirlese parochies nog 83% regelmatig de kerk. Het kerkbezoek in de parochie van de H. Geest kwam nooit boven de 43% uit.

De kloosters

Het oudste klooster van Goirle stond in de Bergstraat op de hoek van de Tilburgseweg. Met de bouw werd begonnen in 1879, nadat door fabrikant P. van de Lisdonk en de familieleden van zijn vrouw in 1875 het zogenaamde Pannenhuis, dat stond op dezelfde plaats, geschonken was aan het kerkbestuur om bestemd te worden ‘tot liefdegesticht of gesticht van weldadigheid’. In mei 1880 kwamen de eerste zusters van de congregatie van het Kostbaar Bloed naar Goirle, waar zij belast werden met de leiding van een bewaarschool, het geven van bijzonder onderwijs aan meisjes en het verplegen van zieken. In het klooster werden ook weesmeisjes opgenomen en in l888 werd, om de inkomsten te vergroten, gestart met een pensionaat voor meisjes uit de gegoede stand.
In 1926 verzochten de zusters aan het kerkbestuur om de oude pastorie en bijbehorende terreinen in gebruik te mogen nemen voor de bouw van een ruimer klooster met meisjespatronaat en lokalen voor handwerkonderwijs.

Het St. Elisabethgesticht aan de Bergstraat. Achter het gesticht het klooster van de congregatie der liefdezusters van het Kostbaar Bloed.
Het St. Elisabethgesticht aan de Bergstraat. Achter het gesticht het klooster van de congregatie der liefdezusters van het Kostbaar Bloed.

De bisschop ging akkoord met de verkoop aan de zusters. De nieuwe pastoor, Wassenberg, had andere plannen. Hij stelde in 1931 voor ‘de tegenwoordige pastorie’ (het voormalige herenhuis van J. van Puijenbroek), met de tuin en het daarnaast gelegen gebouw, vroeger hotel De Kroon, te verkopen aan de zusters. De zusters moesten wel op dit aanbod ingaan, omdat de pastoor dreigde een andere congregatie naar Goirle te halen als niet op het voorstel werd ingegaan. De verkoop ging door en de gebouwen werden daarna door de zusters in gebruik genomen als pension en bejaardenhuis. In de tuin werd een nieuw klooster gebouwd, dat op 19 november 1932 door mgr. Diepen werd ingewijd. Het oude klooster, nog steeds eigendom van de kerk, werd verkocht aan de gemeente en afgebroken. De liefdezusters van het Kostbaar Bloed verlieten Goirle in 1990.

Voor het geven van bijzonder lager onderwijs aan jongens, kwamen in 1890 de fraters van Tilburg naar Goirle, waar op 18 juni 1889 de eerste steen werd gelegd van een succursaalhuis aan de Kloosterstraat. De totstandkoming van dit klooster was vooral te danken aan de inzet van de Goirlese fabrikant Thomas van Diessen. De fraters gaven niet alleen lager onderwijs, maar openden in 1890 ook een pensionaat, dat in 1908 verplaatst werd naar Reusel om plaats te maken voor een opleiding tot frater-onderwijzer. Daarnaast gaven de fraters diverse cursussen onder andere landbouw- en middenstandsopleidingen, terwijl zij vanaf 1903 actief deel namen aan het jeugdwerk.

Het fraterhuis zou later nog diverse verbouwingen en uitbreidingen ondergaan. Op de kweekschool kwam een verdieping, er kwam een nieuwe kapel en in 1924 werden aan de voorgevel twee zijvleugels gebouwd. In 1951 kwam een nieuwe vleugel tot stand aan de achterkant van het klooster. De viering van het 75-jarig bestaan werd in mei 1965 groots gevierd met onder andere de onthulling van het borstbeeld van Thomas van Diessen en de opvoering van de revue ‘En zo is ’t gekome’. Medio zeventiger jaren werden de gebouwen aan de Thomas van Diessenstraat afgestoten en verhuurd aan de gemeente.

Fraterstuin 30 er jaren
Fraterhuis St. Franciscus van Sales aan de Kloosterstraat met kweekschool en r.k. lagere jongensschool St. Thomas aan de Thomas van Diessenstraat.

Het klooster op Nieuwkerk werd op 1 juni 1913 ingewijd door dom. Albert de Meester uit Leuven en bevolkt door de paters van de H. Familie, die in het pand hun scholasticaat vestigden, dat in 1929 werd overgeplaatst naar Oudenbosch. Vanaf dat jaar worden in het klooster de novicen van de congregatie ondergebracht. In 1962 werd het noviciaat verplaatst naar Grave, nadat op 8 juni 1962 kerkelijk verlof was gegeven aan de paters van de H. Familie om hun klooster op Nieuwkerk op te heffen. Het pand dat pas in 1960 door schenking eigendom was geworden van de congregatie, werd aanvankelijk verhuurd aan de trappisten van Tilburg, die in 1964 eigenaar werden van het complex.

Achterzijde van het klooster met kapel van de congragetie der missionarissen van de H. Familie. Doel van deze congregatie was "de opleiding tot priester-missionarissen van jongelingen, die eerst op iets lateren leeftijd hunne studie kunnen beginnen." De Nederlandse huizen van deze congregatie waren gevestigd in Kaatsheuvel, Goirle en Grave. De congregatie was werkzaam in de missie van Brazilië en Oost-Borneo. Voor het klooster een Mariabeeld.
Achterzijde van het klooster met kapel van de congragetie der missionarissen van de H. Familie. Doel van deze congregatie was “de opleiding tot priester-missionarissen van jongelingen, die eerst op iets lateren leeftijd hunne studie kunnen beginnen.” De Nederlandse huizen van deze congregatie waren gevestigd in Kaatsheuvel, Goirle en Grave. De congregatie was werkzaam in de missie van Brazilië en Oost-Borneo. Voor het klooster een Mariabeeld.

Na het vertrek van de paters van de H. Familie, trokken op 15 oktober 1962 een aantal Afrikanen in het klooster, die op uitnodiging van de stichting Pro Africa naar Nederland waren gekomen om opleidingen te volgen op sociaal, administratief, religieus, of cultureel gebied. Twee zusters Franciscanessen van Etten Leur namen de verzorging van deze groep op zich. Toen bleek dat de opleiding van de Afrikanen in Nederland niet langer mogelijk was, verkochten de trappisten het klooster aan de voornoemde congregatie van de Franciscanessen, die het klooster bestemde tot vakantiehuis voor de zusters. Zij verlieten Nieuwkerk in oktober 1984, waarna het klooster op 1 februari 1986 als retraitehuis in gebruik werd genomen door de priesterbroederschap Pius X, bestaande uit volgelingen van mgr. Lefebvre. Inmiddels is het klooster particulier bezit.

Door de paters van de H. Familie werd in 1936 een tweede klooster gesticht in Goirle; de missieprocure Sancta Theresia aan de Tilburgseweg. In dit klooster werd de administratie gevestigd van het St. Theresialiefdewerk ten behoeve van de missiegebieden van deze congregatie.

De geschiedenis van Goirle is beknopt beschreven.

De tekst komt uit: Jef van Gils en Ronald Peeters, ‘Een eeuw Goirle 1870-1970’ (Goirle, Boekhandel Soeters, 1992), 200 blz. ISBN 90-801208-1-2 (copyright).