Kapel

1925 interieur kapel
Interieur kapel 1925

De kapel dateert van 1925 en is ontworpen door de Tilburgse architect Constant Panis. De kapel, een centraalbouw in Art Deco stijl, staat in het centrum van het kloostercomplex. Het centrale koepelgewelf steunt op vier pijlers die door middel van rondbogen opengewerkt zijn. In de kapelmuren aan de noord- en zuidzijde is een markante halfronde boogrugband met een diameter van 10 meter gemetseld. Binnen deze bandrug bevindt zich een boogtrommel, eveneens gemetseld en voorzien van een rondraam en twee halfronde, Romeinse boogramen.

Boograam Kapel
Boograam Kapel

Tussen de kapelruimte en het priesterkoor is een majestueuze triomfboog in baksteen gemetseld. Bijzonder is het straalgewelf met aan de binnenzijde geschilderde tekens van de dierenriem. Op het stucwerk heeft kunstenaar Lucas van Hoek (1910-1991) tussen 1945 en 1949 fresco’s aangebracht. Bijzonder detail: van Hoek had hoogtevrees!

Fresco Luuk van Hoek
Fresco Luuk van Hoek

Victor van Gelre ( alias van Theo Hendriks) in Leydraden n1 19- februari 1995
Theo Hendriks (1928- 2015) woonde de laatste zeven jaar van zijn leven aan de Fraterstuin

Theo Hendriks
Theo Hendriks

Kapel fratershuis St. Franciscus van Sales

Allereerst wil ik wijzen op het bestaan van een deskundige beschrijving over de kapel. Die is door drs. J.H.J. van Hest uit Nijmegen in maart 1994 gepubliceerd. Ik heb hem begin van dat jaar in het fratershuis te Goirle kunnen ontmoeten en samen zijn we naar de kapel gegaan om de voornaamste interieurdetails hiervan te bestuderen. De kunsthistoricus Van Hest vertelde mij daar, dat hij, in opdracht van het gemeentebestuur van Goirle, een algemene beschrijving van de kapel zou gaan maken. Zijn studie is inmiddels gebundeld op twaalf gedrukte bladzijden van A-vier formaat. Daarin heeft hij vastgelegd, dat de architectuur van de fraterskapel onder de art deco-stijl kan worden gerangschikt. Ik ben het hier volledig mee eens, omdat naar mijn mening de art deco als kunstvorm zowel het exterieur als het interieur van een gebouw omvat. Kenmerkend hiervoor is de sterk geometrische belijning van de meeste bouwkundige details.  De architecten en de overige beeldende kunstenaars uit die kunstperiode hebben steeds grote waardering voor het veelal industrieel vervaardigd product gehad. Hun voorliefde voor toepassing van kleurrijke en vaak glimmende materialen, zoals tegels en gevernist hout, hebben zij consequent geuit. Ook het electrische licht behoort hiertoe.

Kapel vanuit de Fraterstuin
Kapel vanuit de Fraterstuin

De architect van de Goirlese fraterskapel is Constant Panis uit Tilburg geweest. Rond 1923 heeft hij het onderwerp hiervoor gemaakt. In 1925 is de kapel in gebruik genomen. Voor mij is collega Panis een Brabantse vertegenwoordiger van de bouwkunst art deco-stijl, die tussen 1910 en 1930 overal in Europa en de Verenigde Staten van Amerika werd toegepast. Deze vormgeving was een directe opvolger van de, eveneens bekende, art nouveau-stijl, in Duitsland ook wel jugendstil genoemd. De art nouveau-stijl werd tussen 1890 en 1910 in uitbundige en sierlijk gebogen vormen door architecten ontwikkeld. De art deco-stijl is meer het gevolg van het nieuwe industriële bouwen rond 1920.Tot de grootste en belangrijkste gebouwen uit die periode behoren de imposante wolkenkrabbers die vooral in New York werden gebouwd. Voor mij is de fraterskapel uit ons dorp echter een kostbaar en kleinschalig kerkgebouw, die voorzien is van een uitermate fraaie, bakstenen binnenkoepel.

De muren van de kapel zijn van bruinrode baksteen in kruisverband gemetseld en ongeveer 40 centimeter dik. Het baksteenformaat is 16x10x5 centimeter. In de kapelmuren aan de noord- en zuidzijde is een markante, zogenaamde halfronde boogbrugband met een diameter van 10 centimeter gemetseld. Binnen deze bandrug bevindt zich een zogenaamde boogtrommel, eveneens gemetseld en voorzien van een rondraam en twee halfronde boogramen. Tussen de kapelruimte en het priesterkoor is en majestueuze triomfboog in baksteen gemetseld.

Omdat de kunsthistoricus Van Hest vele andere delen van de fraaie kapel reeds heeft beschreven, verwijs ik dan ook naar zijn studie. Hij beschrijft daarin vooral het interieur van de kapel, met zijn prachtige muurschilderingen vanuit de periode 45- 49, gemaakt door de Goirlese kunstenaar Lucas van Hoek (overleden in 1991), de uit Tirol afkomstige beelden (1939), het marmeren altaar (1929) en idem de communiebank, de glas-in-loodramen en de vele muurspreuken. Toch wil ik nog vermelden dat de betegelde vloeren en de kniel/zitbanken bijzondere aandacht vragen. Zowel in de ruimte van het priesterkoor als in de kapel zijn tussen de banken alle vloerdelen belegd met dubbelhardgebakken mozaïektegeltjes in een golvend patroon en tegelkleuren grijs, bruin, geel en zwart. Hierin bevinden zich ongeveer 250 stuks Latijnse kruisvormen regelmatig over de vloer verspreid. De twee terrazzotreden die het priesterkoor van de kapelruimte scheiden, zijn gemaakt van zwart graniet steenslag en geheel gepolijst.  ( enkele fragmenten)

Zie voor meer informatie: http://rijksmonumenten.nl/monument/517007/st-franciscus-van-sales/goirle/