De Goirlenaren

Goirle is een vlek dat totaal geen connecties heeft met de rest van Brabant. De weg naar de stad is slecht en smal en er staat slechts een gebouw, een kroeg. De bevolking van Goirle is een bende smokkelaars, stropers en messentrekkers. Aldus het zeer subjectieve oordeel van burgemeester Steinweg (1908-1909). In werkelijkheid valt het wel mee. Gedurende de 19e eeuw is de criminaliteit in Goirle niet hoog, al verdubbelde het aantal strafzaken waarbij Goirlenaren betrokken waren in het laatste decennium van die eeuw ten opzicht van de periode 1880-1889.

Dit kwam voornamelijk door het toenemende aantal mishandelingen en vernielingen, waarbij dronkenschap een grote rol speelde. Veroordelingen wegens smokkel kwamen weinig voor en ook de auteur Nijdam kwam tot de conclusie dat vóór 1939 door de Goirlenaren weinig aan smokkel werd gedaan. Volgens deze auteur was de kennis van de Goirlenaar elementair en steunde zijn inzicht vooral op traditie en gezagsargumenten.

Op 10 februari 1913 vierden wever Kees van Gils en Hanneke de Jong, baker en weefster, 'aan de Vismert' in Goirle hun gouden bruiloft. Op de achtergrond het begin van Dorpsstraat met rechts de zijgevel van de boerderij/herberg van de familie Van Gestel, later Backx (nu Ome Neeff). Links het pand van de familie Van den Hout op de splitsing van de huidige Van Hogendorpstraat en de Nieuwe Rielseweg.
Op 10 februari 1913 vierden wever Kees van Gils en Hanneke de Jong, baker en weefster, ‘aan de Vismert’ in Goirle hun gouden bruiloft. Op de achtergrond het begin van Dorpsstraat met rechts de zijgevel van de boerderij/herberg van de familie Van Gestel, later Backx (nu Ome Neeff). Links het pand van de familie Van den Hout op de splitsing van de huidige Van Hogendorpstraat en de Nieuwe Rielseweg.
Hendrik van Puijenbroek
Hendrik van Puijenbroek

Een vernietigend oordeel over de Goirlenaren werd in 1961 uitgesproken in het zogenaamde rapport Zwanikken. Het rapport was de eindconclusie van een onderzoek dat bijna vijf maanden duurde en werd uitgevoerd door de Katholieke Sociale Academie te Sittard, in opdracht van de Goirlese stichting Buurt-Gezinswerk. In dat jaar bestond 2/3 van de Goirlese beroepsbevolking uit arbeiders en had ruim 60% van de bevolking alleen de lagere school doorlopen. Slechts 8,9% van de mannen en 6.1% van de vrouwen genoten middelbaar en hoger onderwijs. Het dorp wordt in dit rapport, ondanks het bestaan van maar liefst 120 verenigingen, cultuurloos genoemd, verdeeld door haat en nijd en met zeer ingewikkelde sociale patronen, die dikwijls nog te maken hebben met ruzies van vroeger. De doorsnee Goirlese jeugd wordt vrij primitief en ruw in haar optreden bevonden. Het algemene beeld was dat van een zuidelijk zanddorp; goedkerkse grote gezinnen, progressieve linkse partijen ontbreken en het gezag en de invloed van kerk en werkgevers zijn nog zeer groot. De levensstandaard werd in Goirle in 1960 nog hoofdzakelijk bepaald door de inkomsten uit de plaatselijke textielindustrie, wat echter inhield dat het gemiddelde inkomen van de Goirlese arbeiders aanzienlijk lager was, dan de gemiddelde inkomens van de beroepsbevolking uit dezelfde categorieën in de rest van Noord-Brabant en Nederland.

Toch zou er in de jaren zestig veel veranderen. In 1947 was nog 2/3 deel van de bevolking geboren in Goirle, wat betekende dat er vrij hechte gemeenschapsbanden bestonden. In 1960 had 64,7% altijd in Goirle gewoond, maar in 1970 was dat nog maar 50%. Van de in 1971 in Goirle aanwezige bevolking had 30,5% zich na 1960 in Goirle gevestigd. Goirle ging in deze jaren in toenemende mate functioneren als woongemeente met een groeiend vestigingsoverschot.

Ondanks deze cijfers woonden er ook in 1960 in Goirle maar weinig families met een eeuwenoud Goirles verleden. Volgens een schatting, gebaseerd op de haardtellingen, telde Goirle rond 1400 ruim 600 inwoners. In 1807 was het inwonertal gegroeid tot slechts 982 zielen.
Van de huidige Goirlenaren zijn de families Van Erven, Van Dun, Van der Zande, Van Dommelen, Van Gorp en De Rooij reeds voor 1600 in het dorp woonachtig. In de 17e eeuw volgden de families Van Besouw, De Bont, Spapens, Van Enschot en Couwenberg uit Tilburg, de familie Van den Berg uit Hilvarenbeek en Van de Pol uit Moergestel.

Geslachten die in de l8e eeuw in Goirle kwamen wonen, waren Versteden en Van de Lisdonk uit Moergestel, Schouten, Van Osch, Hamers, Van den Hout, Philipsen en Van de Laar uit Tilburg, Huijsmans uit Hilvarenbeek en Huijbregts uit Hoogeloon. Uit Enschot kwam in die eeuw de familie Bayens, uit Udenhout de familie Brekelmans en uit Loon op Zand de familie Van Puijenbroek. Nieuwkomers uit de Baronie van Breda waren de families Van Boxtel (Rijen), Laureijssen (Alphen), Van Diessen (Baarle-Nassau), Bruers (Dongen) en Van Gool (Riel). In de loop van de l8e eeuw vestigden zich ook enkele Zuidnederlanders in Goirle, die de stamvaders zouden worden van grote Goirlese families namelijk Frans Eijsermans en Willem de Volder uit Turnhout, Peter Vekemans uit Retie, Peter Snels en Michiel Luijten uit Weelde en Benedictus de Visscher uit Itegem. Al de andere Goirlenaren vestigden zich pas in de loop van de 19e en de 20e eeuw in het dorp. In de tweede helft van de l9e eeuw zou de groei van de bevolking vooral voortvloeien uit de bloei van de textielnijverheid. Omdat er voldoende aanbod van werk was, bleef een grote trek naar de stad achterwege. Verder werd de groei bevorderd door het proletarische huwelijkspatroon dat de Goirlese arbeiders op het einde van de l9e eeuw gingen volgen: zeer jong trouwen met als gevolg zeer kinderrijke gezinnen. Ook in de eerste decennia van de twintigste eeuw bleef het geboortecijfer in Goirle zeer hoog.

Burgemeester mr. G.L. Elsen (links) op kraamvisite bij de tienduizendste inwoner van Goirle, die op 11 november 1963 geboren werd: Jolanda Cornelia Thijssen. Het echtpaar Thijssen woonde in de Margrietstraat. De moeder van het kind is een dochter van Hubertus Dielen en Cornelia van Zundert. De gemeente werd peter van het kind.
Burgemeester mr. G.L. Elsen (links) op kraamvisite bij de tienduizendste inwoner van Goirle, die op 11 november 1963 geboren werd: Jolanda Cornelia Thijssen. Het echtpaar Thijssen woonde in de Margrietstraat. De moeder van het kind is een dochter van Hubertus Dielen en Cornelia van Zundert. De gemeente werd peter van het kind.

Daarnaast groeide het inwoneraantal door de ‘bevolkingspolitiek’ van burgemeester Rens, die ten behoeve van zijn jutespinnerij kinderrijke gezinnen naar Goirle haalde, vooral uit de Langstraat. Een verdubbeling van de bevolking zien we tussen de jaren 1920 en 1930 als de bevolking groeit van 2594 zielen naar 5235 in 1930. Op 12 november 1963 zou de tienduizendste inwoner geboren worden.

De geschiedenis van Goirle is beknopt beschreven.

De tekst komt uit: Jef van Gils en Ronald Peeters, ‘Een eeuw Goirle 1870-1970’ (Goirle, Boekhandel Soeters, 1992), 200 blz. ISBN 90-801208-1-2 (copyright).