Arthur Spronken (1930)

De Zwevende (1980) is een van de vele beelden die Arthur Spronken gemaakt heeft van paarden die heftig in beweging zijn.

Arthur Spronken
Arthur Spronken

Binnen de Nederlandse kunstwereld is Spronken altijd zijn eigen weg gegaan, tegen de tijdsgeest van bijvoorbeeld Cobra en de abstracte kunst in. Hoewel hij een klassieke opleiding kreeg, veroorlooft hij zich veel meer anatomische vrijheden dan Griekse en Romeinse beeldhouwers. Spronken laat onderdelen weg en concentreert zich op de essentie van het beeld: de paardentorso’s in al hun kracht en beleving.

Arthur Spronken werd geboren in Beek, Limburg. De drang om kunstenaar te worden won het reeds vroeg van een bezigheid in de handel. Op de Kunstnijverheidsschool in Maastricht en in Italië – Instituto di Cultura – ontwikkelt Arthur Spronken zijn talent in de beeldhouwkunst; het paard is een belangrijk terugkerend thema. De paardentorso’s van Arthur Spronken rennen niet, maar zweven of staan op een poot. De zwaartekracht lijkt de grote, gespierde dieren niets te doen, ze dansen, rollen, tollen, springen in de ruimte, zijn één brok dynamiek en kracht.Spronkens grootvader is paardenhandelaar en zijn vader houdt zich bezig met de hengstenfokkerij.

Spronken ziet de keuringen, voelt de brede schoften van paarden, borstelt hun glimmende vel, schuilt als kind onder hen tegen de regen, droomt wellicht van ze. Spronken wordt opgeleid voor de handel. Maar hij fietst tussen zijn zeventiende en zijn tweeëntwintigste ook wekelijks zo’n 70 kilometer om bij een vriend des huizes zijn eerste houten beelden te maken. Deze Paul Smalbach moedigt hem aan om naar de kunstacademie te gaan. Van 1948 tot 1952 bezoekt Spronken de Kunstnijverheidsschool in Maastricht. Met een beurs van de Italiaanse overheid loopt hij in 1954 een jaar stage aan de Academia delle Belle Arti in Milaan. Hij krijgt les van Mario Marini, een specialist als het om paarden in de beeldhouwkunst gaat.

Terug in Nederland maakt Spronken in eerste instantie religieuze figuren van hout, pas in 1961 gaat hij met brons werken. Het worden danseressen, zwierig en vol beweging. De paarden komen pas later, maar de dynamiek blijft. Spronkens paarden draven, wentelen en steigeren expressief. Zijn beelden staan bol van de spanning.

( Bron: Jan Knegt 2010 FineArt)