2e Wereldoorlog

Bij de mobilisatie, afgekondigd op 28 augustus 1939 herhaalden zich de gebeurtenissen die Goirle ook gekend had bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Opnieuw rukten er troepen op naar het zuiden en werden er in Goirle, als grensgemeente, soldaten ingekwartierd. Oorspronkelijk een bataljon van het regiment wielrijders, later een grensbataljon jagers en ten slotte een afdeling pantserafweergeschut.
Door de militairen werden maatregelen getroffen om de vijand tegen te houden. Ter bescherming van de burgerbevolking werden bij de scholen schuilloopgraven aangelegd, wat ook gebeurde bij enkele fabrieken, er werden enkele verduisteringsoefeningen gehouden en de bevolking kon gasmaskers kopen voor 3,50 Gulden per stuk.

Duitse soldaten trekken Goirle binnen in 1940. Foto genomen in de Bergstraat, hoek Kerkhofpad
Duitse soldaten trekken Goirle binnen in 1940. Foto genomen in de Bergstraat, hoek Kerkhofpad

Op 10 mei 1940 brak de oorlog uit en de in Goirle gelegerde militairen trokken weg. De volgende dag trokken Franse colonnes het dorp binnen, die op 12 mei, pinksterdag, met de Duitsers in gevecht raakten rond Hilvarenbeek, Diessen en Esbeek. Zij moesten wijken en dezelfde dag werd Goirle bezet door de Duitsers, die kwartier zochten bij de fraters en op enkele andere plaatsen.

De oorlogshandelingen in en om Goirle waren beperkt gebleven tot enkele luchtgevechten en een klein bombardement op het dorp. Ook op de Regte Heide en Nieuwkerk vielen enkele bommen, die bestemd waren voor het vliegveld Gilze. In Goirle vielen in de meidagen twee burgerslachtoffers, drie Goirlese militairen sneuvelden elders door oorlogshandelingen.

Tot mei 1941 waren in Goirle Duitsers ingekwartierd in scholen en bij particulieren. Manifestaties van de NSB bleven beperkt tot twee openbare bijeenkomsten van de afdeling Tilburg, bij het H. Hart, omdat niemand een zaal wilde verhuren. Het verzet kwam al in 1940 op gang door het verlenen van hulp aan Franse krijgsgevangenen, die via Nieuwkerk over de grens gebracht werden.

Later liep er een vluchtlijn van Aalten via Tilburg naar Goirle en een lijn vanuit Erica (Drente). Drie Goirlenaren, die een schakel vormden in deze lijn, J. Stabel, A. v. Pelt en H. v. Gestel, werden, waarschijnlijk door verraad, gearresteerd in augustus 1942 en naar Duitse concentratiekampen gebracht. Stabel overleed in Natzweiler. Later zouden er nog vijf Goirlenaren in Duitse kampen terechtkomen, waarvan er drie overleden in het kamp Neuengamme. Het joodse gezin Dasché, dat woonde in de Akkerstraat (Nu Emmastraat), werd in 1942 naar Auschwitz gebracht, waar de moeder en drie kleine kinderen werden vergast. De vader kwam een jaar later om het leven in Schoppitz.

De busdienst Tilburg-Poppel werd als jodenlijn gebruikt. Door een Tilburgse groep, die tegen forse betaling joden over de grens wilde brengen, werden de Duitse officier Schmitz en zijn helpers aan de grens omgekocht, om oogluikend de bus door te laten. Toen er onenigheid ontstond over de verdeling van het geld, tipte een lid de S.D. en werd de lijn opgerold. Boerderij ’t Huufke aan de Abcovenseweg werd een toevluchtsoord voor verzetsmensen, maar ook individuele acties kwamen in Goirle voor om joden en onderduikers te helpen.

Toen in april 1943 werd afgekondigd dat alle leden van het voormalige Nederlandse leger weer in krijgsgevangenschap moesten, brak de zogenaamde meistaking uit. Op 1 mei staakten in Goirle ongeveer 600 arbeiders als protest tegen deze maatregel. De boeren weigerden melk te leveren aan de melkfabrieken, maar op 3 mei was de staking al gebroken.

Van de oorlogshandelingen was in Goirle tijdens de bezetting niet veel te merken; een geallieerd vliegtuig stortte neer op het historische huis Ter Loo, dat tot de grond toe afbrandde en een Amerikaans jachtvliegtuig verdween in de Leij.

Het blussen van de brand van het huis ter Loo aan de Abcovensedijk door de brandweer, nadat tijdens de Tweede Wereldoolog in de nacht van 22 op 23 april 1944 brokstukken van een brandend vliegtuig op het huis zijn terechtgekomen.
Het blussen van de brand van het huis ter Loo aan de Abcovensedijk door de brandweer, nadat tijdens de Tweede Wereldoolog in de nacht van 22 op 23 april 1944 brokstukken van een brandend vliegtuig op het huis zijn terechtgekomen.


Wel werd het dagelijks bestaan steeds moeilijker door het toenemende tekort aan levensmiddelen, textiel enz. In de jaren 1942-1944 werd in verschillende fabrieken een bonloze maaltijd verstrekt, die men betrok van de centrale gaarkeuken in Tilburg. Daarnaast werden door de St. Vincentiusvereniging in de wintermaanden, tot Pasen 1943, maaltijden verstrekt aan schoolkinderen. Deze gaarkeuken was reeds in 1935 in het leven geroepen voor kinderen uit gezinnen waarvan de vader werkeloos was.

De Bevrijding 

Op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, leek het erop dat de bevrijding van het zuiden niet lang op zich zou laten wachten, maar na enkele dagen zag de toestand er anders uit. Vanaf 7 september trokken er weer Duitse troepen door Goirle en kreeg het dorp weer te maken met inkwartiering. De scholen moesten ontruimd worden en vanaf 20 september mocht niemand meer Goirle in of uit en werd de avondklok ingesteld.

Op 5 oktober begon de beschieting van Goirle. De bevolking bracht tot 27 oktober de nachten door in de kelder. Het zwaarst getroffen werd de Bergstraat met schade aan 110 gebouwen.

Tanks van de Engelse bevrijders draaien van de Tilburgseweg de Dorpsstraat in. Op de weg werden later takkenbossen gelegd om het beschadigde wegdek berijdbaar te houden
Tanks van de Engelse bevrijders draaien van de Tilburgseweg de Dorpsstraat in. Op de weg werden later takkenbossen gelegd om het beschadigde wegdek berijdbaar te houden

 

Bevrijding van Goirle op 27 oktober 1944. Mevrouw Otten-Versteijnen met een van de bevrijders op de Tilburgseweg.
Bevrijding van Goirle op 27 oktober 1944. Mevrouw Otten-Versteijnen met een van de bevrijders op de Tilburgseweg.

Na de bevrijding op 27 oktober door het tweede bataljon van The King’s Royal Rifle Corps, een onderdeel van de 4e Britse Pantserbrigade, bleek dat de helft van de huizen in de gemeente schade had opgelopen. In de laatste weken voor de bevrijding was het dorp door de Duitsers leeggeplunderd, in de fabrieken werden grondstoffen en eindproducten geroofd door de het zogenaamde Raumkommando.

Tijdens de Beschieting Goirle oktober 1944 sneuvelden 25 Goirlenaren, minstens 77 Duitsers en zeker 29 geallieerden. Wegens gebrek aan kisten werden de meeste slachtoffers in lakens gewikkeld begraven. Na de bevrijding sneuvelden nog acht Goirlenaren door de mijnen die rondom het dorp waren blijven liggen en op 2 februari 1945 door een V-1 die in Tilburg op huize Mariëngaarde viel.

In de jaren 1947-49 sneuvelden er ook nog vier Goirlenaren in Indonesië.

De geschiedenis van Goirle is beknopt beschreven.

De tekst komt uit: Jef van Gils en Ronald Peeters, ‘Een eeuw Goirle 1870-1970’ (Goirle, Boekhandel Soeters, 1992), 200 blz. ISBN 90-801208-1-2 (copyright).