1e Wereldoorlog in Goirle

Nederland raakte weliswaar niet betrokken bij de Eerste Wereldoorlog, die uitbrak op 28 juli 1914, maar als grensplaats kreeg Goirle er wel degelijk mee te maken. Op den duur waren brandstof en verschillende levensmiddelen alleen nog met distributiebonnen te verkrijgen. Doordat de fabrieken verstoken bleven van grondstoffen, raakten veel arbeiders werkeloos en moesten zij hun heil gaan zoeken bij de werkverschaffing. Zo zonk op 4 juli 1917 door oorlogshandelingen het stoomschip Beste Vaer, beladen met 180.000 kg jutegrondstof, bestemd voor de N.V. Goirlesche Jutespinnerij. Het gevolg was een enorme schadepost voor deze fabriek en het verlies van werk voor drie maanden.

Bezoek van koningin Wilhelmina aan Goirle tijdens de Eerste Wereldoorlog
Bezoek van koningin Wilhelmina aan Goirle tijdens de Eerste Wereldoorlog

Reeds in de herfstmaanden van 1914 werd het dorp overspoeld door Belgische vluchtelingen, die liefdevol werden opgenomen, getuige een brief die op 30 oktober ontvangen werd door het gemeentebestuur. De Belgen betuigen daarin ‘hun oprechte dank voor de ongeëvenaarde gastvrijheid door uwe geachte medeburgers betoond, bij het opnemen, voeden en verzorgen hunner zuiderbroeders. De wijze waarop gaat alle lof te boven.’ Toen in 1918 opnieuw een grote stroom vluchtelingen verwacht werd uit België en Noord-Frankrijk, werd direct een vluchtelingencomité opgericht.

Te Goirle ingekwartierde militairen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Foto genomen voor de oude pastorie aan de Bergstraat
Te Goirle ingekwartierde militairen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Foto genomen voor de oude pastorie aan de Bergstraat

Direct na het uitbreken van de oorlog werd de Landwacht, bestaande uit met groot verlof afgezwaaide militairen uit onze streek, belast met de grensbewaking. Spoedig daarna werd het dorp overspoeld door 5000 militairen: Gele Rijders, Rode en Blauwe Huzaren, infanterie, genie en artillerie. Door de kwartiermakers werd zonder blikken of blozen het getal zes, acht of tien met krijt op de vensters van de wevershuizen geschreven, wat het aantal soldaten aangaf, dat in het betreffende huis zou worden ingekwartierd. De cavaleristen en hun paarden werden ondergebracht bij de boeren, de officieren bij de fabrikanten, in de betere middenstandswoningen en in hotel De Kroon, waar op zekere morgen een officier, met een schotwond in zijn hoofd en naast hem zijn revolver, dood werd aangetroffen in de moestuin.

Distributie van hout in de Goirlese gemeentebossen op 17 april 1917
Distributie van hout in de Goirlese gemeentebossen op 17 april 1917

De soldaten betrokken hun maaltijden op drie punten: in de Bergstraat op de spie met de Poppelseweg en de Fabriekstraat, op de Tilburgseweg ter plaatse waar nu het H.-Hartbeeld staat, en in de Kloosterstraat. Het schillen van de aardappelen gebeurde bij de keukenwagens door vrouwen uit de bevolking, die de overschot uit de veldkeukens mee naar huis mochten nemen. De omgang van de soldaten met de bevolking was zeer gemoedelijk. Vooral de Amsterdammers waren geliefd.

Tweemaal kreeg Goirle in de eerste wereldoorlog koninklijk bezoek: in 1914 kwam prins Hendrik naar het dorp in zijn hoedanigheid als voorzitter van het Rode Kruis, twee jaar later bezocht koningin Wilhelmina de troepen in Goirle in gezelschap van generaal Weber.

De geschiedenis van Goirle is beknopt beschreven.

De tekst komt uit: Jef van Gils en Ronald Peeters, ‘Een eeuw Goirle 1870-1970’ (Goirle, Boekhandel Soeters, 1992), 200 blz. ISBN 90-801208-1-2 (copyright).