10 Daagse Veldtocht 1831

De 10 Daagse Veldtocht begint op 2 augustus 1831 (en duurt tot 12 augustus 1831) met gevechten op Nieuwkerk toen de legers van Koning Willem I der Nederlanden de grens overtrokken om de “Belgische Opstand” te onderdrukken. Hoewel die opzet slaagde, verkreeg België zijn soevereiniteit door de dreiging van Franse militaire steun.

Doortocht van de Nederlandse troepen te Poppel, augustus 1831. Uit: Utrechtsche Studentenalmanak voor het jaar 1832 (coll. RHC Tilburg).
Doortocht van de Nederlandse troepen te Poppel, augustus 1831. Uit: Utrechtsche Studentenalmanak voor het jaar 1832 (coll. RHC Tilburg).

Om half acht ’s morgens werd de grens te Poppel door de Nederlanders overschreden. Bij het gehucht Nieuwkerk vond een eerste kleine schermutseling plaats. De compagnie Vrijwillige Jagers van de Utrechtse studenten deed het verhaal als volgt:
… Juichend trokken zij de grenzen over, en het vaderlandsche Wilhelmus klonk voor het eerst weder op de bodem des oproers. Reeds voor Poppel kwam hun geliefde bevelhebber, de Hertog van Saxe-Weimar hen tegemoet … Des middags kwamen de beide Prinsen door. De Prins van Oranje betuigde de Jagers, die de wacht hadden, hoe Hij, met Gods hulp, de zege hoopte te behalen. Het was de eerste maal, dat zij in Hem hunnen Opperbevelhebber begroetten …

Voorgeschiedenis

De massale desertie van de Zuid-Nederlandse soldaten tijdens de Belgische Opstand had koning Willem verbijsterd en had tot demoralisatie bij de Noord-Nederlanders geleid, zodat het revolutionaire bewind snel zijn gezag over vrijwel het gehele zuiden van het koninkrijk kon vestigen. Toen er echter tussen “Hollanders” en “Belgen” onenigheid rees over de boedelscheiding, besloot koning Willem nogmaals te proberen om met wapengeweld zijn gezag te herstellen. Hij koesterde daarbij hoop op ruggensteun van Pruisen en Rusland, die echter zou uitblijven vanwege de Poolse Novemberopstand van 1830.
Vanwege het gemak waarmee zij in 1830 de “Hollandse” troepen (die overigens voor bijna twee derde deel uit “Belgen” hadden bestaan) hadden verdreven, waren de leiders van de Belgische Opstand al te overmoedig geworden, zodat zij geen rekening hielden met de mogelijkheid van een serieuze “Hollandse” aanval en verzuimden een behoorlijke legermacht op te bouwen.
Veel Noord-Nederlandse protestanten waren eigenlijk wel tevreden met de afscheiding van België omdat in hun kleine rest-vaderland de protestantse suprematie gemakkelijker gewaarborgd kon blijven. Veel katholieke Noord-Nederlanders betreurden de afscheiding om diezelfde reden. Koning Willem was echter onverzoenlijk. De publieke opinie van Noord-Nederland beschouwde de nederlaag die het Nederlandse leger tijdens de opstand geleden had tegen de Belgische rebellen wel als een nationale schande, die gewroken moest worden. De koning vond dus gemakkelijk vrijwilligers om zijn sterk uitgedunde leger weer mee aan te vullen. De benoeming van Leopold van Saksen-Coburg door het Nationaal Congres tot koning der Belgen was voor koning Willem reden om niet langer te wachten met militair ingrijpen. Hij wilde verhinderen dat de nieuwe monarch daadwerkelijk zijn macht zou vestigen.

Veldtocht

In de vroege ochtend van 2 augustus 1831 trokken de Nederlanders de Noord-Brabantse grens bij Poppel over.
Ook verschillende studentencompagnieën ondersteunden het leger. Bij de Belgen was de troepenconcentratie bij de grens niet onopgemerkt gebleven en verschillende wegen waren door hen onbegaanbaar gemaakt door het omkappen van bomen. Bij Nieuwkerk vonden de eerste gevechten plaats. Opperbevelhebber de prins van Oranje, de latere koning Willem II arriveerde die middag in de buurt van Poppel om de vrijwillige Utrechtse studenten een hart onder de riem te steken. Ondertussen viel Zondereigen in Nederlandse handen onder leiding van generaal Josephus Jacobus van Geen en 400 Belgen werden naar Merksplas teruggedreven. In Poppel plunderden de Nederlanders voor circa 4500 gulden aan brood, wapens en geld.

Doortocht van de Nederlandse troepen te Poppel, augustus 1831. Uit: Utrechtsche Studentenalmanak voor het jaar 1832 (coll. RHC Tilburg)
Doortocht van de Nederlandse troepen te Poppel, augustus 1831. Uit: Utrechtsche Studentenalmanak voor het jaar 1832 (coll. RHC Tilburg)

De prins van Oranje voert het Nederlandse leger aan in de Slag bij Ravels op 3 augustus 1831.
In een proclamatie werd naar buiten gebracht dat de veldtocht geen wraak was tegen het verstoten van de Oranjes van de Belgische troon, nu deze enkele dagen eerder door koning Leopold was bestegen. Er zou slechts de Nederlandse eis worden onderstreept, die een eerlijkere scheiding voorstond.
In Ravels vocht men met name rondom de pastorie. Tot in Turnhout was het kanongebulder te horen en bewoners begonnen naar Antwerpen te vluchten. Er kwam geen versterking voor de Belgische troepen, maar desondanks werden er kleine overwinningen geboekt. Dit was niet van lange duur, want al snel werd het gehele dorp ingenomen. Het Belgische leger onder leiding van generaal Charles Niellon trok zich allereerst terug in de omliggende bossen, maar de strijd hervatte zich daar. Daarop trok men terug tot een moeras bij Schuurhoven, waar de Belgen grote vuren ontstaken. De Nederlanders maakten er maar hun rustplaats, terwijl de Belgen nog verder terrein verloren door naar Turnhout te vertrekken. Hoewel bij de Belgen slechts vier of vijf soldaten gesneuveld waren en twaalf gewonden en Ravels strategisch niet zeer belangrijk was, werd het door de Nederlanders als zeer belangrijk ervaren. Op 3 augustus maakten 11.000 man zich op de Ravelse heide klaar voor een aanval op Turnhout onder leiding van generaal Saksen-Weimar. De divisie van Van Geen deed voorkomen alsof het zou oprukken naar Antwerpen, maar zou via het westen de stad aanvallen. Twee stukken Belgisch geschut werden spoedig door de artillerie van de Nederlanders het zwijgen opgelegd. Na een gevecht vluchtten de Belgen halsoverkop Turnhout uit. Veel wapens van de burgerwacht moesten achtergelaten worden door transportproblemen. Slechts een enkele soldaat onder commando van luitenant Balfour bleef achter om nog een enkel schot te lossen. Al spoedig ging de burgemeester Van Lieshout in onderhandeling tot overgave. Deze had al aan Niellon te kennen gegeven dat hij te weinig manschappen had om de stad te verdedigen. De eerste divisie nam de weg Turnhout/Antwerpen en stationeerde zich in Vosselaar, de tweede divisie bezette Turnhout; de derde divisie, onder generaal Meyer, legerde in de dorpen Arendonk en Retie.
Op 4 augustus splitsten de troepen in Vosselaar zich; een gedeelte bleef achter, terwijl het andere gedeelte richting Antwerpen trok. In de buurt van Antwerpen wachtten de Nederlandse soldaten van generaal Van Geen samen met de prins van Oranje en zijn broer Frederik op het bericht over de uitkomst van de strijd die de Belgen onder leiding van Niellon en de Nederlanders onder leiding van Saksen-Weimar voerden. Nadat de stad was ingenomen, trokken allen kort na de middag Antwerpen eveneens binnen. De burgemeester was de enige van het bestuur die werd aangetroffen. De Vrijheidsboom die op het marktplein stond, voerde de Belgische vlag in top. Deze werd neergehaald en al spoedig wapperde de Nederlandse driekleur in de stad. De prins van Oranje beval echter de vlag binnen te halen, omdat er slechts sprake was om het geschonden recht te handhaven en dat het niet de bedoeling was Antwerpen te bezetten. De soldaten echter, hongerig en dorstig, plunderden vele verlaten huizen.

(Afbeelding: Doortocht van de Nederlandse troepen te Poppel, augustus 1831. Uit: Utrechtsche Studentenalmanak voor het jaar 1832 (coll. RHC Tilburg)
(Afbeelding: Doortocht van de Nederlandse troepen te Poppel, augustus 1831. Uit: Utrechtsche Studentenalmanak voor het jaar 1832 (coll. RHC Tilburg)

Op 4 augustus vertrok de divisie van Saksen-Weimar richting Geel en Diest. Op verschillende plaatsen vond men kruit en wapens. De eerste divisie verliet Turnhout een dag later. De derde divisie onder luitenant-generaal Meijer marcheerde naar Limburg. Op vele plaatsen moest nog gevochten worden.

Op 8 augustus versloegen de Nederlanders het Maasleger onder Daine bij Hasselt en op 11 augustus werd ook de voorhoede van het Scheldeleger bij Boutersem verslagen. Toen de Belgen op 12 augustus ook de Slag bij Leuven dreigden te verliezen, leek het jonge koninkrijk verloren. Zonder toestemming van de beide Kamers zou het Franse leger niet te hulp mogen komen; artikel 121 van de Grondwet liet de aanwezigheid van vreemde troepen slechts toe krachtens de wet. Toch besloot de regering al op 8 augustus de grens voor de Fransen open te stellen. Een dag later zette maarschalk Gérard zich met zijn ongeveer 70.000 soldaten sterk leger in beweging.

De Fransen konden dit zonder problemen doen, omdat Pruisen zonder Russische dekking geen steun aan de Nederlanders wilde verlenen. De Russische tsaar kon immers geen hulp verlenen, vanwege de Poolse opstand. Lodewijk Fillips zou hoogstwaarschijnlijk teruggeschrokken zijn voor het vooruitzicht van een algemene, Europese oorlog. De prins van Oranje wilde echter voorkomen dat er gevechten zouden plaatsvinden met de Fransen en na interventie van de Engelse minister werd op 12 augustus al een wapenstilstand gesloten. De laatste Nederlandse regeringstroepen trokken zich op 20 augustus terug uit België maar behielden een voet in Antwerpen.

Op 20 augustus schreef prins Willem vanuit Eindhoven aan zijn vader:

… Ik heb de eer Uwe Majesteit te berigten, dat ik gisteren, den 19 dezer, mijn Hoofdkwartier alhier heb gevestigd. Uwer Majesteits troepen zijn heden allen in Noord-Braband terug gekeerd, en morgen den 21 zullen zij weder hunnen kantonnementen betrekken, op de volgende wijze: De eerste divisie zal het Hoofdkwartier te Breda vestigen en de dorpen in de omstreken bezetten. De derde divisie te Eindhoven en in de naburige dorpen. De eerste brigade Kavallerie vestigd zich te Oosterhout. De tweede brigade te Eindhoven en omstreken. De divisie Infanterie, onder bevel van den Luitenant Generaal Cort Heyligers, zal zich te St. Oedenrode en in de omstreken vestigen. Ik denk mijn eigen Hoofdkwartier te Tilburg te vestigen. Ik vlei mij, dat het Uwer Majesteit aangenaam zal wezen te vernemen, dat ik gisteren van den Luitenant Generaal uit Turnhout berigt heb ontvangen, dat hij aldaar eenen aide-camp van de Maarschalk Gerard, vergezeld van een Belgisch Officier, ontmoet heeft, aan wien door den Maarschalk de last was opgedragen, om toe te zien, dat, ingeval aldaar of in de nabijheid eenige Belgische troepen werden verwijderd, en alle mogelijke aanraking tusschen onze en hunne troepen voorgekomen. Ik zie hieruit een nieuw blijk van de vredelievende gezindheid des Franschen Maarschalks ten onze opzigte …

De Overwinning voor Leuven, op den 12den Augustus 1831
De Overwinning voor Leuven, op den 12den Augustus 1831

De gevolgen

Voor een groot deel van de Noord-Nederlandse politieke opinie was dit een bevredigende oplossing. Koning Willem moest echter constateren dat zijn droom van een “perfect amalgaam” tussen Noord- en Zuid-Nederland de bodem was ingeslagen. Vanwege het Nederlandse militaire machtsvertoon en de gebleken zwakte van de Belgische staat, besloten de grote mogendheden de boedelscheidingsvoorwaarden enigszins ten gunste van Nederland te wijzigen.
Een Pruisisch en een Nederlands garnizoen bleven de vestingen van respectievelijk Luxemburg en Maastricht bezetten, terwijl een Nederlands garnizoen tot 1832 de citadel van Antwerpen in handen zou houden. Dat laatste garnizoen, geleid door generaal Chassé, zou uiteindelijk door een tweede tussenkomst van Franse troepen tot capitulatie worden gedwongen.